Groeizame Groep | januari-februari-maart 2026
“In de winterperiode is er boven de grond niet veel te zien. Het is dor, kaal, guur en duister. Onder de grond zitten de zaden. Zaden van wat je ooit hebt gedaan, maar ook zaden die dromen over een nieuw bestaan. In deze tijd van bovengrondse rust is het tijd voor je ondergrondse zaden. Om te slapen, te sluimeren en om te dromen. Dromen over een nieuwe fase die komen gaat. De zaden hebben deze winter juist heel hard nodig. Tot ze beginnen uit te lopen.
We gaan ervan uit dat de bedoeling is dat je leeft en werkt vanuit je element, je natuurlijke zijn. Dat is van levensbelang voor de mens. En het is mogelijk.” Uit: Yoke de Wilde (Natuurwijsheid als inspiratie, boek Spirit in je werk)
En wij zeggen: ja het is mogelijk zodra je je overgeeft aan het leven, zoals de zaden doen. Zaden zijn als aspecten uit het onbewuste die zin hebben om tot leven te komen. Ze hebben zin, het leven komt uit hen voort. Ze doen er niet ‘hard hun best’ voor. Van hard je best doen verhard je. Alleen mensen doen dat, een zaadje kan niet zijn best doen. Er opent zich een nieuw perspectief als je als mens ook ervaart dat ‘het leven wil’, in plaats van ‘ik wil’. Dat het leven door je heen komt.
Hoe zou het zijn als je waarneemt wat er door je heen wil komen? Wat er als vanzelf uit je hart stroomt, als je je ervoor zou openstellen? Verlangens manifesteren zich vooral als je in een diepere laag bent, ontspannen en ontvankelijk voor wat is. De winter is daar letterlijk de juiste tijd voor. In deze 3 dagen nemen we jullie mee naar die laag, via meditaties, opstellingen, inquiries, systemische en andere werkvormen, en zijn we benieuwd wat zich daar aandient.
Wat is een voorbeeld van een dag?
Op de eerste dag van deze reeks startten we bijvoorbeeld met een meditatie en in de ochtend een korte opstelling voor alle deelnemers waarin we contact maakten met het zielsverlangen, het droomzaadje dat ligt opgeslagen en nog niet tot ontkiemen is gekomen. Deelnemers onderzochten wat maakt dat het zaadje nog onaangeroerd is gebleven en wat de voeding is die beweging in gang kan zetten.
Na een pauze liepen we naar het bos waar we de deelnemers werden meegenomen in een visualisatie. Daarna werd ieder uitgenodigd een plek te zoeken waar zij/hij zou kunnen gedijen. Wat zie je, wat ruik je, wat voel je? Wat komt er in je op?
“Ik kwam aan bij een plek die de mijne moest zijn. Maar ik aarzelde, ben er een tijdje bij gaan zitten kijken. En op enig moment voelde ik de impuls om te willen instappen. Ik maakte de beweging, ik stapte in. En daar ervaarde ik een overweldigende ruimte. Deze oefening, binnen deze dag, heeft een innerlijke verschuiving veroorzaakt, heel fijn.”
Die middag deden we nog een opstelling voor een thema van een van de deelnemers, de andere deelnemers waren representant en komen in de dagen erna aan de beurt voor een opstelling. We sloten af met een schrijfoefening en deelden de woorden die we wilden delen.
